Dank Vader, dank voor die genade,
die ik als zondaar niet verdien;
sloegt Gij naar ’t recht mijn zonden gade,
waar zou ik Uwe toorn ontvlien?
Maar ik behoef niet meer te vrezen:
Gij spreekt mij vrij om Jezus’ bloed;
dit zal ’t verslagen hart genezen,
en vrede schenken aan ’t gemoed.